top of page

Vriendin en mantelzorgmakelaar



Vanaf mijn twaalfde jaar ben ik bevriend met Coby uit Rotterdam. Ik kwam destijds veel bij haar thuis waardoor ik haar ouders goed heb leren kennen. Lieve mensen die van gezelligheid houden.

 

Sinds kort help ik Coby met de zorg voor haar inmiddels 88-jarige vader Gerrit. Haar moeder Anne is enkele jaren geleden overleden. Sindsdien is de fysieke en mentale gezondheid van haar vader hard achteruitgegaan. Coby denkt dat hij depressief is, dat het voor hem ‘allemaal niet meer hoeft’, ook al roept Gerrit regelmatig dat hij honderd wil worden!

Coby vertelt verder dat hij regelmatig valt, geen sociaal netwerk meer heeft en nog maar  mondjesmaat eet. Terwijl koken vroeger zijn lust en zijn leven was.

 

Coby ondersteunt haar vader waar ze kan. Regelmatig bied ik aan te helpen, maar dat hoeft niet, ‘het lukt nog wel.’ Dat hoor ik vaak, maar daarmee maak je het jezelf en je naaste soms onnodig moeilijk.

Op een avond belt Coby. ‘Ila, ik zit er doorheen. Papa is zo afgevallen, hij wil niets meer. Wat moet ik doen? Heb jij ideeën?’ De volgende dag begin ik de situatie in kaart te brengen. Welke zorg heeft hij al? Hoe kunnen we een sociaal vangnet voor hem opzetten?      

 

Terwijl ik tussen mijn werk door voor Gerrit maaltijden en dagbesteding aan het regelen ben, overvalt me de gedachte dat ik weliswaar zelf geen mantelzorger ben, maar wel de zorg voor een naaste regel. En wat ik bij veel mantelzorgers signaleer, ervaar ik nu zelf: ik ben alert op wat snel geregeld moet worden, maar ben ook bang iets te vergeten. Ik vraag me zelfs af of het niet beter is een dag vrij te nemen om instanties te bellen.

Tijdens het schrijven van de motivatie voor een persoonsgebonden budget voor een cliënte, schiet me te binnen dat de thuiszorg het zorgplan van Gerrit nog helemaal niet heeft aangepast. En op weg naar een cliënt die zorg zoekt voor zijn ouders, trap ik van schrik bijna op de rem: ‘oh, ik moet de afspraak met de geriater van Gerrit nog maken!’

Wat het regelen van de zorg voor Gerrit extra lastig maakt is dat ik de sociale kaart (waar vind je welke zorg?) van Rotterdam niet goed ken. Hierdoor besef ik weer hoe belangrijk het hebben van een netwerk met andere zorgprofessionals is. Dat je weet wie je moet bellen voor welke zorg. Zo onderhoud ik goede contacten met casemanagers dementie. Terwijl mensen op de wachtlijst staan voor een casemanager, kan ik alvast wat zaken regelen. Zoals een indicatie aanvragen voor de Wet langdurige zorg of de mogelijkheden voor dagbesteding onderzoeken.

 

Onderweg naar een 99-jarige oude dame, besluit ik om voor Gerrit samen te gaan werken met een collega mantelzorgmakelaar in Rotterdam.    

 

De namen zijn om privacy redenen gefingeerd.  

9 views

Comments


bottom of page